Track & trace in de praktijk: hoe zet je barcodes en GS1 correct in?

Track & trace is geen systeem dat je erbij koopt. Het is een werkwijze die door je hele keten loopt, van grondstof tot eindproduct, van inkomende goederen tot retourzending. Elk product, elke pallet en elke verzendverpakking moet op het juiste moment leesbaar en identificeerbaar zijn. Dat vraagt om de juiste scanapparatuur en leesoplossingen op elke schakel in de keten. In de praktijk zien we regelmatig dat bedrijven wel barcodes gebruiken, maar zonder eenduidige structuur. Zo ontstaan fouten, vertragingen en traceringsblinde vlekken.

GS1-standaarden: waarom je ze niet zelf moet uitvinden

GS1-codes zijn verplicht zodra je handelt met grote retailers, zorgaanbieders of exportpartners. GS1 is de internationale organisatie achter de standaarden voor barcodes, identificatiecodes en data-uitwisseling in supply chains. Denk aan de GTIN voor productidentificatie, de SSCC voor pallets en de GLN voor locaties.

Een zelfbedachte nummering werkt alleen binnen jouw eigen muren. Zodra jouw product bij een externe partij aankomt, moet die partij jouw code kunnen lezen, interpreteren en verwerken. GS1-codes zijn daarvoor de gemeenschappelijke taal.

Stel dat je levert aan een grote supermarktketen. Die keten verwacht een GS1-128 barcode op je pallets met daarin de SSCC, houdbaarheidsdatum en batchnummer als Application Identifiers. Als jouw etiket dat niet bevat, wordt de pallet geweigerd of handmatig verwerkt. Dat kost geld en beschadigt je relatie.

De juiste barcode kiezen voor de juiste toepassing

De barcodekeuze hangt af van de hoeveelheid data die je wilt coderen, de leesvereisten in de keten en de afmeting van het etiket.

Voor basale productidentificatie is de EAN-13 de standaard in retail. Voor logistieke eenheden en pallets gebruik je de GS1-128, die meerdere datavelden in één barcode combineert via Application Identifiers. Voor kleinere producten met beperkte ruimte, of voor toepassingen waarbij meer data nodig is in een compact formaat, is de GS1 DataMatrix of QR-code een betere keuze.

In de farmaceutische sector is de 2D DataMatrix verplicht voor individuele verpakkingen, conform de EU Falsified Medicines Directive. In de voedingsindustrie zijn batch- en houdbaarheidsinformatie wettelijk verplicht op het etiket. Een algemene barcode zonder die gegevens is dan onvoldoende.

Label Solutions adviseert altijd op basis van jouw specifieke keten en sector. We kijken naar wat downstream van jou wordt verwacht en werken dat terug naar de inrichting van jouw etikettering.

Van data naar etiket: de rol van software en integratie

Een correcte barcode begint bij correcte data, en correcte data begint bij een goed ingerichte koppeling tussen je ERP of WMS en je etiketteersoftware. Daar gaat het in de praktijk het vaakst mis.

Als medewerkers handmatig batchnummers of GTINs invoeren op etiketten, is de kans op fouten groot. Eén verkeerd getal en je tracering klopt niet meer. Dat is precies waarom automatische datadoorvoer zo belangrijk is.

LabelTouch Pro, de eigen maatwerkoplossing van Label Solutions voor de integratie van ERP, etiketteerlijn en interne logistieke processen, zorgt dat productieopdrachten, batchnummers, houdbaarheidsdatums en aantallen automatisch worden doorgezet naar het juiste labelsjabloon. Medewerkers hoeven niets handmatig in te voeren. Dat reduceert fouten en versnelt het etiketteringsproces aanzienlijk.

Voor de opmaak en het beheer van labelsjablonen werken we met BarTender en Loftware. Beide ondersteunen GS1-standaarden volledig en maken het eenvoudig om Application Identifiers correct te coderen in je barcodes.

Printkwaliteit is geen bijzaak

Een barcode die er goed uitziet maar niet scanbaar is, heeft geen waarde. De leesbaarheid van een barcode wordt bepaald door resolutie, contrast, printsnelheid en het gebruikte materiaal. Een thermische labelprinter met goede transferfolie en het juiste etiketmateriaal levert een betrouwbaar resultaat. Een goedkope printer op het verkeerde papier geeft strepen, uitloop of te lichte prints en daarmee scanfouten bij ontvangst.

Bij industriële toepassingen waarbij labelprinters dag in dag uit grote volumes produceren, is de combinatie van printer, lint en etiket cruciaal. Label Solutions stemt die drie altijd op elkaar af, ook als de omgeving vochtig, stofrijk of koud is.

Een concreet voorbeeld: een distributeur in de diepvriessector had regelmatig scanproblemen bij aflevering. De barcodes waren technisch correct, maar de adhesie van het etiket faalde bij lage temperaturen. Na analyse adviseerden we een ander etiketmateriaal en een aangepaste transferfolie. Retourzendingen teruggedrongen, probleem structureel opgelost.

Verificatie: hoe weet je dat je barcode klopt?

Verificatie is een stap die veel bedrijven overslaan, maar die essentieel is voor een betrouwbare track & trace-oplossing. Een barcodeverifier meet de kwaliteit van een gedrukte barcode aan de hand van ISO-normen. Die normen kijken naar parameters als contrast, breedte van de balken, stille zone en het percentage leesfouten.

Een grade A barcode wordt altijd correct gelezen. Een grade D barcode wordt soms gelezen en soms niet. In sectoren waar producten meerdere schakels in de keten doorlopen, accumuleert de kans op een leesfout. Een barcode die intern nog net werkt, faalt bij de klant of bij douane.

Vraag je af of jouw barcodes aan GS1-kwaliteitseisen voldoen? Label Solutions helpt je dat te toetsen en adviseert verbeteringen als dat nodig is.

Track & trace werkt alleen als het systeem klopt

Een goede track & trace-oplossing begint bij de keuze van de juiste barcode, loopt via een correcte GS1-inrichting en eindigt bij een geverifieerde print die overal in de keten wordt gelezen. Elke schakel moet kloppen.

Label Solutions helpt u die schakels op de juiste manier te verbinden, van softwarekoppeling tot etiketmateriaal. Neem contact op en leg uw situatie voor. We kijken graag mee.

Veelgestelde vragen over track & trace en GS1-barcodes

Heb ik een GS1-lidmaatschap nodig om GS1-barcodes te gebruiken?

Voor het genereren van een GTIN of SSCC heb je een GS1-prefix nodig die wordt toegewezen via een GS1-lidmaatschap in jouw land. Zonder die prefix kun je geen unieke, internationaal erkende productcodes aanmaken. Zodra je levert aan retailers, zorgpartijen of exportpartners, is een GS1-lidmaatschap praktisch altijd vereist.

Voor pallets is de GS1-128 de standaard. Deze barcode ondersteunt meerdere Application Identifiers in één symbool, zoals de SSCC, productcode, batchnummer en houdbaarheidsdatum. Veel grote ontvangers, zoals retaildistributiecentra en farmaceutische groothandels, verwachten een GS1-128 met SSCC als minimumvereiste.

Dat hangt af van jouw huidige situatie: welke software je gebruikt, hoe je ERP is ingericht en welke barcodetypen je al gebruikt. Label Solutions brengt jouw situatie in kaart en maakt een inschatting op basis van wat er nodig is om GS1-conform te werken.

Misschien ook interessant

Onze producten voor labelen & scannen.​

Scroll naar boven